KUNSTACADEMIE dIL'ARTE:

                                                     EVALUATIE CONCEPT

Na 28 jaar kregen de 168 academies in Vlaanderen op initiatief van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits een eigen decreet in 2018. Met dit decreet kunnen de academies aan de slag om een eigen kunstonderwijs te ontwikkelen dat aansluit bij hun publiek en bij de lokale kunst- en cultuurscène. Nieuwe elementen zijn onder andere de verlaging van de instapleeftijd voor muziek en woordkunst/drama en kenners- en specialisatieopleidingen.

meer weten: https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/decreet-deeltijds-kunstonderwijs

 

De academies  kregen ook de kans om een eigen evaluatieconcept te ontwikkelen.
De overheid vraagt dat de academie:
- een eigen visie op evaluatie uittekent;
- twee keer per jaar terugkoppelt naar de leerling;
- de brede artistieke ontwikkeling van de leerling als onderwerp van de evaluatie neemt;
- transparantie, validiteit en betrouwbaarheid nastreeft;
- de kwaliteit van het evaluatieproces bewaakt.

 

De vier principes van artistiek evalueren drukken we uit aan de hand van vier V’s:

Voedend: elke evaluatie versterkt de goesting om zich verder artistiek en veelzijdig te ontwikkelen. Evaluaties bieden voeding om een volgende stap in de eigen ontwikkeling te zetten.

Veelzijdig: evaluaties geven feedback over de competenties verbonden aan alle rollen: vakmanschap, kunstenaar, (onder)zoeker, samenspeler en performer. Ze worden verwoord met aandacht voor het unieke van elk leerling.

Voortdurend: leerlingen krijgen een gevarieerd palet aan kansen om te tonen wat ze kunnen: verschillende momenten, verschillende vormen, verschillende actoren.

Veeleisend: evaluaties stimuleren leerlingen om de eigen grenzen te verleggen. Zowel kwaliteiten als werkpunten worden benoemd.

 

Bij onze vernieuwde evaluatiefiche staat dan ook de leerling centraal.

Met het oog op kwaliteitsvol onderwijs is het belangrijk dat het leerproces van elke leerling wordt opgevolgd. Daarom benaderen we de leerling vanuit de eigen talenten en mogelijkheden enerzijds

en de einddoelen die de overheid vooropstelt anderzijds.

 

We kijken naar de leerlingen vanuit de zes rollen:

kunstenaar, vakman, performer, onderzoeker, samenspeler en het eigen ik:

deze rollen zie je ook terugkeren in deze fiche die 2 keer per jaar de leervorderingen van de leerling zal

weergeven.

Per rol hebben we een aantal leerdoelen geselecteerd waarop de leerling geëvalueerd wordt via een kleurenbalk die aangeeft of een leerdoel zeer matig dan wel zeer goed in ontwikkeling is.

 

De mate waarin de leerling de basiscompetenties (2e en 3e graad), beroepskwalificaties (4e graad) of specifieke eindtermen (specialisatiegraad) bereikt, bepaalt of hij/zij al dan niet geslaagd is voor een graad van een studierichting.